Betrokken is niet hetzelfde als veroorzaakt

Een brand met PV kan bij de installatie beginnen of een installatie bereiken die door een andere oorzaak wordt getroffen. Meldingen over "branden met zonnepanelen" maken dat onderscheid niet altijd. Een lijst met persartikelen is daarom geen zuivere statistiek van elektrische PV-brandoorzaken.

Voor de beoordeling zijn zo mogelijk oorsprong, betrokken componenten, gebouwtype en stand van het onderzoek nodig. Zolang deze gegevens ontbreken, mag uit een individueel geval geen algemene uitspraak over het falen van een bepaalde materiaalfamilie volgen.

Het QBE-voorbeeld: van 107 naar 171 gebeurtenissen

QBE rapporteerde in 2025 over Britse brandweergegevens over branden waarbij zonne-installaties betrokken waren. Genoemd werden 107 gebeurtenissen voor 2022, 128 voor 2023 en 171 voor 2024. Van 107 naar 171 komt overeen met een stijging van circa 60 %. [1]

De databasis omvatte antwoorden van 37 van de 49 aangeschreven brandweerorganisaties. Zij is noch een volledige Duitse statistiek, noch een uitspraak dat alle gebeurtenissen door PV zijn veroorzaakt. Ook het sterk gegroeide installatiebestand hoort bij de duiding.

Nederland: TNO onderscheidt aanwezigheid en brandoorzaak

TNO, NIPV en NEN rapporteerden in 2024 over circa 10.000 gebouwbranden uit 2022–2023. Bij 152 was een zonne-energiesysteem op het gebouw aanwezig. Van 70 nader onderzochte gevallen ontstonden er 30 in het zonne-energiesysteem, hadden er 29 een andere oorsprong en bleef bij 11 de oorzaak onbekend. [3]

De onderzoekers benadrukken de beperkte gegevensbasis en de noodzaak van langdurige monitoring. Deze cijfers geven niet de brandkans per geïnstalleerde PV-installatie weer. Ze laten juist zien waarom de aanwezigheid van zonnepanelen en een brand die in de PV-installatie ontstaat, afzonderlijk moeten worden geregistreerd.

TNO/NIPV/NEN: 70 nader onderzochte gevallen binnen de dataset, geen percentage van alle PV-installaties
Vastgestelde oorsprongGevallen
In het zonne-energiesysteem30
Buiten het zonne-energiesysteem29
Onbekend11

Waarom absolute getallen het individuele risico niet tonen

Wanneer het aantal geïnstalleerde installaties stijgt, kunnen ook bij een onveranderd risico per installatie meer gebeurtenissen optreden. Daarnaast veranderen meldgedrag, datadekking, installatieleeftijd en gebouwgebruik de vergelijking. Zonder passende referentiegrootheid is uit het aantal gebeurtenissen geen zuivere risicotrend af te leiden.

Een particuliere woning, een commercieel plat dak en een zonnepark zijn bovendien verschillende scenario's. Voor het beschermingsontwerp van een hallendak zijn dakopbouw, PV-geometrie, gebruik en mogelijke gevolgschade vaak nuttiger dan één enkel algemeen percentage.

Wat de praktijk er toch van kan leren

Brandrapporten kunnen wijzen op terugkerende controlepunten: elektrische verbindingen, kabeltracés, omvormers, voortplanting onder modules en toegankelijkheid. Voor concrete maatregelen worden deze aanwijzingen verbonden met vakkundig ontwerp en geschikte richtlijnen. [2]

Daaruit volgt een nuchtere strategie: mogelijke ontstekingsbronnen verminderen en de gevolgen van een gebeurtenis in het dakconcept meedenken. Minerale lagen zijn een bouwsteen naast installatie, onderhoud, opstelling en bedrijfsorganisatie.

Na een gebeurtenis: documenteren in plaats van voorbarig oordelen

Na een dakbrand moeten elektrische gevaren, draagvermogen, dakbedekking en mogelijke residuen vakkundig worden beoordeeld. Foto's alleen tonen niet betrouwbaar welk bouwdeel het eerst faalde. Schadeopname en oorzaakonderzoek horen bij gekwalificeerde instanties.

Voor het herstel helpen nauwkeurige documenten over de vorige opbouw, de toegepaste materialen en eerdere wijzigingen. Onze documentatieleidraad legt uit welke informatie al vóór een schade zinvol wordt gearchiveerd.

Vergelijk brandcijfers alleen met dezelfde periode, dekking en installatiebasis. Maak steeds onderscheid tussen aanwezige PV en een brand die door PV is veroorzaakt.